Een oud Nederlands hoenderras uit Brabant

Het Chaams Hoen, plaatselijk de Kaamse Kiep of Kaamse Pel, werd tot begin vorige eeuw ten zuiden van Breda op vele boerenerven gehouden als nuthoen. Het Chaams Hoen stond bekend als een zeer gehard ras, dat zich op de schrale Brabantse zandgronden goed wist te handhaven. Naast een hoge eierproductie stonden vooral de kapoenen (gecastreerde hanen) bekend om hun fijnvlezigheid en hun specifieke, overheerlijke vleessmaak. Het Chaams Hoen raakte in de vergetelheid en werd eind vorige eeuw zelfs met uitsterven bedreigd. Door de inzet van steeds meer sympathisanten neemt de populariteit van dit ras gelukkig weer toe. Langzaam maar zeker kan men, vooral in Chaam en omstreken, dit fraaie landhoen weer in volle glorie aanschouwen. De sympathisanten van het Chaams Hoen hebben zich verenigd in de Chaamse Hoender Club .

Historie van het Chaams hoen

Tomas Ernst van Goor verwoordt in zijn Beschryving der stadt en Lande? (1743); Men roemt Chaam, Zundert en Rysbergen om de alomberuchte Kapoenen. Zoo, dat Maurits, Prins van Oranjen, Heer van Breda (1567-1625) dit landt, niet te onrecht, zyne Brabantsche Tempe pleegde te noemen. In zijn Etat present de La Republique des Provinces-Unie? uit 1730 vermeldt M. Janicon de uitzonderlijke gastronomische kwaliteit van de Chaamse Pel: "Deze Kapoenen (Chapons) zijn er overheerlijk en in heel Holland beroemd.? In geschriften uit de 19-de, begin 20-ste eeuw staat te lezen dat het Chaams Hoen over geheel Midden- & West Brabant was verspreid en daar ook algemeen voorkwam. Zo had de firma Bertram te Breda vanaf 1857 een gerenommeerde kapoenen mesterij en slachterij. Het Chaams Hoen was in die tijd zo befaamd dat het regelmatig op de koninklijke menukaart stond. In 1881 bestelde koning Willem III voor op paleis Het Loo een grote foktoom Chaamse hoenders bij de firma Bertram.

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door bijdragen vanuit EU Leader+, REAP West-Brabant, Provincie Noord-Brabant en Rabobank de Zuidelijke Baronie.