Chaam, Noord Brabant Parochiekerk Antonius Abt 15e eeuw

Eind zestiende begin zeventiende eeuw heersten er in Tilburg diverse pestepidemieën. Nabestaanden of familie van de overledenen ondernamen in 1587 bedevaarten naar de kapel van St. Antonius Abt, de pestheilige, in Chaam, uit dankbaarheid dat zij de ziekte hadden overleefd.

Op de plaats waar thans de protestantse kerk van Chaam staat, stond reeds in 1422 een kapel die toegewijd was aan Antonius Abt. In 1461 werd de kapel van Chaam losgemaakt van de moederparochie van Alphen en tot parochiekerk verheven. In de 15e eeuw werd het gebouw vergroot en in de 16e eeuw werd een toren gebouwd. Toen in 1643 de protestantse gemeente van Chaam zich had losgemaakt van Ginneken, werd de kerk van Chaam in beslag genomen door de protestanten. Voortaan gingen de katholieken naar de mis in een schuurkerk. Deze kerk bleef nog lang na 1795 de parochiekerk voor de katholieken. In 1841 werd met de bouw van een kerk voor de katholieken in het dorpscentrum begonnen; het jaar daarop werd de kerk ingewijd. In 1926 werd deze 'waterstaatskerk' door een nieuw gebouw vervangen. De toren van deze kerk werd in 1944 door de Duitsers opgeblazen. In 1948 kreeg de kerk een nieuwe toren die was geïnspireerd op de middeleeuwse toren van de N.H. Kerk, die eveneens in 1944 was verwoest. In de literatuur wordt vaak het volksverhaal vermeld dat de bouw van de middeleeuwse kerk van Chaam mogelijk zou zijn geweest dankzij de offergaven van de vele bedevaartgangers naar de patroonheilige Antonius, dit om de aanwezigheid van een (te) grote kerk in het dorp te verklaren. De kerk bezit een reliek van Antonius Abt. Per certificaat verklaarde de bisschop van Lavello (It.) deze op 18 maart 1742 voor echt. In 1750 gaf de bisschop van Antwerpen toestemming om de reliek publiekelijk in Chaam te mogen vereren. Op het einde van de plechtige hoogmis ter viering van Antonius’ jaardag (17 januari) wordt een zegening van meel verricht en is er gelegenheid tot het vereren van de reliek van Antonius. De reliek en zakjes meel zijn hier rechts afgebeeld. In 1981 werden er zo'n 150 gewijde meelzakjes afgehaald die door de bezoekers werden meegenomen om na thuiskomst ter bescherming vermengd te worden met het veevoer.  Het ongepolychromeerde houten cultusbeeld van St. Antonius Abt van Chaam dateert uit het begin van de 16e eeuw. Het is 90,5 centimeter hoog en stelt de heilige voor in een kleed dat met een gordel wordt samengehouden en waarover hij nog een mantel en schouderkap draagt; hij heeft een baard en op het hoofd draagt hij een muts. De staf (een taukruis) die hij vroeger waarschijnlijk in de rechterhand (die vernieuwd is) hield, is verdwenen; in zijn linkerhand houdt hij een boek en een bel; het varken staat aan zijn linkervoet.
Aan het begin van de 20e eeuw was Chaam als bedevaartoord populair onder boeren uit de regio. In de volkskundevragenlijsten van 1959 noemen invullers uit Bavel en Ulicoten Antonius Abt te Chaam als heilige naar wie men bij ziekte van varkens op bedevaart gaat. Begin jaren tachtig kwamen nog steeds boeren uit de omgeving op (de zondag voor of na) de feestdag van St. Antonius Abt (17 januari) naar de plechtige hoogmis (in 1981 waren er circa 200 aanwezigen) in Chaam. In 1993 stelde de pastoor dat de verering al enige jaren niet meer het karakter van een bedevaart heeft. Uit de omliggende dorpen zoals Alphen en Ulicoten kwamen nog slechts 10 à 15 personen op of rond de feestdag van St. Antonius naar een aangepaste eucharistieviering, waarbij de zakjes met meel gewijd werden.